Blog Image

Ankor blogt

AzardanCollectie

De verfpotten Posted on 05 Feb, 2013 09:42:28

Juwelencollectie Azardan

‘Kunst voor iedereen in de vorm van een uniek en origineel juweel’

De juwelencollecties van GriSart Paintings willen kunst naar het volk brengen.

Wij willen mensen exclusiviteit, uniciteit en diepgang bieden door te schilderen op kleine doeken en die te verwerken tot juwelen.

Van elke kleur is maar een beperkt aantal gemaakt en elke kleur draagt haar eigen symbool. Zodra een kleur uitgeput is, kan ze niet opnieuw worden gemaakt. Deze juwelen zijn het resultaat van intensieve handenarbeid verricht door Saartje en Griet van GriSart Paintings.



Azardan

De verfpotten Posted on 05 Feb, 2013 09:40:28

http://www.youtube.com/watch?NR=1&v=l17BtS0NlL8&feature=endscreen

http://www.youtube.com/watch?v=oA4_3foaGAI

Schilderijen

‘De wereld van Azardan’

Het thema ‘De wereld van Azardan’ is de denkbeeldige wereld van de mythische planeet Azardan, waar iedereen in gedachten naartoe kan reizen om er een eigen stukje fantasie en geschiedenis aan toe te voegen.

De conceptschilderijen van GriSart nodigen je als kijker uit te dromen over een wereld vol magische wezens, romantiek en avontuur waarin je als bezoeker van Azardan zelf de hoofdrol kunt spelen.

Elk schilderij is een uniek stuk waarop ineen eeuwenoud en buitenaards schrift een onderdeel van de Azardaanse cultuur beschreven staat.

Kleurrijk en met een strakke lijn deze schilderijen ideaal als geheimzinnige dromerge toets in een modern huis.

Azardan is een plaats die we allemaal kennen, de plaats in ons hoofd waar we allen naar vluchten. Ze is mooi, vredig, bijzonder…

Maar ze heeft ook donkere kantjes, zoals we die zelf ook hebben. Ze weerspiegelt wie we zijn, onze gevoelswereld…

De schilderijen van GriSart komen uit die plek waar alles puur is en waar avonturen gebeuren enkel door te kijken en te dromen zonder uit je zetel te komen…

GriSart wil de toeschouwer in een enkele blik laten reizen naar die plek, gevoelens geven die gelukkig maken.



Mijmeringen over een verloren kindertijd

Op zolder Posted on 23 Aug, 2011 20:50:08

Ondanks mijn incestueuze dictatorvader heb
ik toch mooie herinneringen aan mijn kindertijd. Dat kon enkel als hij, zijn
naam is Kamiel, afwezig was; op dagen dat hij naar Brussel pendelde en grimmig,
met zijn aktetasje in de hand geklemd, naar het werk stapte. De Bouwkroniek was
zijn werkplaats. Daar speelde hij journalistje, zonder ooit Journalistiek te
hebben gestudeerd. En daar publiceerde hij zijn onleesbare stukken onder de
naam Rimpel. Om je dood te lachen, maar dat mocht niet want dan weigerde Kamielkeizer
minstens 3 weken het woord tot je te richten. Voor mij was dat meestal een
opluchting maar kom… Dat verhaal is voor een andere keer.

Ik had fantastische grootouders (boeren) en ik woonde op het platteland
(Baardegem), in een huis op een stuk grond dat zij aan mijn ouders geschonken
hadden – dat soort schenkingen deden mijn ouders enkel aan mijn jongste broer
(een koekoeksjong).

Ik heb echter mooie herinneringen, gouden herinneringen, aan mijn kindertijd
(9, 10 en 11 jaar oud?), onder andere dankzij mijn grootouders.
In mijn straat woonden verschillende kinderen van mijn leeftijd en ietwat
jonger.
Samen zwierven we bijvoorbeeld door Kravaalbos waar Albert II (volgens de Sus,
het lief van mijn moeder Monique – hij is al een paar jaar dood) nog vaak heeft
liggen rampetampen met zijn vriendinnetjes. Er bestaat zelfs het verhaal dat
zijn BMW daar ooit in de modder vast zat en hij de plaatselijke politie moest
vragen zijn auto te komen bevrijden. Is dat waar? Is het fantasie? Ik weet het
niet.

Kravaalbos was echter privédomein en – heel spannend – we moesten de boswachter
verschalken want wij mochten daar van de eigenaar niet spelen. Daarnaast
zwierven we graag door de velden en speelden cowboy en indiaantje.

Rechtover mijn ouderlijk huis was/is een bloemisterij (vroeger Blindeman) waar
we met de zoon Jan verstoppertje speelden en in een grote hangar op een kast
ons hoofdkwartier hadden, tussen de spijkers en muf ruikende afgedraaide olie
en werktuigen.
In onze straat stond ook het toen nieuwerwetse molencomplex, opgetrokken uit
betonnen blokken. Molens Monsieur: een spuuglelijk gebouw en van oudsher in
handen van de familie Monsieur. Monsieur is de naam van mijn grootmoeder die in
het aanpalend huis het licht zag; de molen heeft nu een totaal andere naam. Met
onze speelkameraden, mijn broers en met Honoré, mijn neef en de jongste zoon
van de familie Monsieur (broers van mijn grootmoeder beheerden de molen) slopen
we tot in de hoogste toren om dan afrijzertje te spelen zoals de zakken bloem
dat deden. Dat was eigenlijk heel gevaarlijk.
Om dan betrapt te worden en gauw weg te lopen voor een goed pak slaag – dat
alleen Honoré moest incasseren van zijn veel oudere broer Kamiel. De traditie
in de familie was dat iedere oudste zoon Kamiel heette – een lelijke naam als
je het mij vraagt.

Vaak speelden we ook op de oude afgedankte grijze molenstenen, die naast de
molen lagen.

En dan was er ook de (lelijke) vierkantshoeve van mijn grootouders, waar we
stiekem op de immense zolders rond liepen en allerlei ontdekkingen deden:
koffers vol oude kleren (= verkleedpartijen), afgedankte meubels en oude
paardenhalsters, de kuipen met gezouten varkenshespen… om nog niet te spreken
van de hooizolder waarin we ravotten tot we onder het stof zaten en onze kleren
vol hooi. Of de geheimzinnige kille patattenkelder waarin ook de geoogste
appels werden bewaard om ze te verwerken tijdens de winter.
Mijn grootouders hadden ook verschillende boomgaarden vol pruimen- en
appelbomen. Ik at me vaak ziek aan de pruimen – de lekkerste die ik ooit in
mijn leven heb geproefd. Mijn grootouders zeiden over pruimen altijd: diegene
die de wespen willen, zijn de beste. Meestal hadden die pruimen al ‘gebloed’
(gestold geel pus) maar we pulkten dat er af en ja, dat waren de beste en
zoetste pruimen. Dat soort gehavende pruimen of wormstekige appels eten krijg
je aan de huidige klinisch gebrainwashte generatie niet meer verkocht.

Met nostalgie denk ik aan de oude, reusachtige magnolia, waarin ik klom en uren
bleef zitten – ook als ik naar school moest en mijn grootmoeder me vergeefs
naar beneden sommeerde. De schat vertelde dat allemaal niet aan mijn vader
omdat ze wist dat haar sadistische zoon losse handjes had. Iets wat hij,
vertelde ze vaak heel verdrietig, nooit thuis had gezien, omdat hijzelf nooit
slaag had gekregen, wel integendeel…

In de houtoven, naast het woongedeelte, bakte mijn tante (ongetrouwd en
inwonend bij mijn grootouders) samen met mijn grootmoeder iedere week brood
voor gans de familie in de straat. In de houten trog, voor de gelegenheid
opgesteld in de keuken, mochten wij als kind dan deeg kneden en vormpjes maken
(poppetjes vond ik leuk) die nadien ook werden afgebakken. En daar bijna
iedereen in de straat familie was, maakte Tafin (tante Josefien) voor iedereen
soep. Met een grote ketel liepen we dan van deur tot deur en iedereen nam er de
nodige pollepels uit tot we aan Molenstraat 12 (nu Melkspinde of zoiets)
kwamen. Dat was waar ik woonde. Mijn moeder goot de soep uit in tupperware
dozen en kwam daar dagen mee toe. We waren verzot op de tomatensoep.

Iedere dag was er verse melk. Ik had en heb nog altijd liefst de rauwe melk.
Die smaakt naar ‘toen’.

In de beek in de Molenstraat vingen we kikkervisjes …

En dan de zomerse dagen: bijna alle velden rondom ons huis waren van mijn
grootouders. Als de aardappels werden gerooid, mochten we mee. Het was een
magisch feest als ‘s avonds het loof in brand werd gestoken. Het geknetter, de
vonken, de rook… We gooiden aardappelen in het vuur om ze nadien op te eten.
Voor mij blijven het de lekkerste aardappelen ooit geproefd.

En als het stro werd binnen gehaald… Wat een avontuur: we hielpen alles zo
hoog mogelijk optasten met de riek. Ik mocht soms zelfs met de tractor rijden
(vooruit en langzaam, hé) terwijl de gespierden onder ons de hoekige strobalen
op de aanhangwagen gooiden. De kleinsten stapelden alles op de kar tot ze zo
hoog zaten dat zelfs mijn krachtpatser van een nonkel Gustaaf er geen bussel
stro meer opgegooid kreeg. Nadien reden we naar de schuur, allemaal ofwel joelend
op die strobalenkar ofwel op de tractor, naast Gustaaf, onder oorverdovend
lawaai en zo fier als een gieter, want mijn nonkel had de nieuwste tractor van
het dorp… Eens thuis moesten we in bad en onze armen en benen jeukten van de
schrammen door dat stro. Dat kon ons geen moer schelen.

We woonden in een straat waar bijna nooit auto’s kwamen, behalve dan die van de
mensen die er woonden – tot mijn broer voor onze ogen overreden werd door een
‘buitenstaander’ die keuze had tussen een kind aanrijden of tegen de
telefoonpaal rijden. Hij reed liever een kind aan en mijn broer liep een
dubbele beenbreuk op. Toen pas begrepen we dat we niet zomaar zonder ‘omzien’
op straat konden spelen.

Ach… Mulan heeft op een bepaalde manier geluk gehad toen ze kind was: zij
heeft de immense natuurvrijheid gekend zoals ik. Zij in de weidse bergen (waar
wij woonden in Les Arcs is het totaal autovrij) en waar iedere inwoner van het dorp wist dat
zij hét kind van de Lamparo (het restaurant dat ik daar vroeger uitbaatte) was
en dus untouchable, waardoor ze kon zwerven zonder angst en bij iedereen naar
binnen mocht en kon bestellen wat ze wilde (ik ging nadien wel betalen),
waardoor ze naar gites kon trekken met haar oudere zus en daar overnachten, en ze de marmotten en springbokken kon observeren: de natuur was haar wereld, ze
was vrij. In de winter skiede ze en ze kende alle bergen bij naam en alle
skipistes op haar duimpje.
Zij weet wat het is…die vrijheid kent ze.

Zelf weet ze ook, net zoals ik, dat haar kinderen ooit enkel de kooi, de
gevangenis van een klein erf zullen kennen. Haar kinderen en de meeste
kinderen, kennen enkel de omheining, de afbakening van het domein(tje). Ze
zullen nooit beseffen dat ze in een gevangenis zijn geboren en daarin zullen
sterven.
De straat betekent een zekere dood of handicap, de bossen een reëel gevaar een
gek tegen te komen die een onschuldig kind kapot maakt. Enzovoort enzovoort.
Ik troost me met één ding: al die kinderen weten van niet beter en zijn
tevreden met de gevangenis die we hen bieden.

Als ik zie hoe alles nu is, denk ik soms dat ik (ondanks alles) toch een beetje
Pallieter in sprookjesland was, want tot mijn 13de had ik echt wel een
zorgeloze kindertijd – behalve dan dat we (één broer en ikzelf) iedere avond
slaag kregen van mijn vader. Maar dat vonden we niet zo erg. We vonden dat
normaal of dachten dat het normaal was.
Het was bovendien leuk (en een sport) zoveel mogelijk kattenkwaad uit te halen
waar hij niet achter kwam. Dus: hoe meer hij ons sloeg, hoe meer we dingen
uithaalden waarvan we slinks hoopten dat hij het nooit te weten kwam en dan
voelden we ons slimmer dan hij en lachten we hem (achter zijn gat) ferm uit: we
hadden de tiran in de luren gelegd, dat was een spannend avontuur, zelfs al
waren we vaak/meestal de klos.

Mijn horrorstory begint pas echt op een bepaalde kerstavond, toen ik in oktober
van dat jaar 13 jaar was geworden. Mijn kerstgeschenk was dat mijn laveloze
vader mij toen herdoopte tot Tietje en mijn broers dwong mij zo
aan te spreken. Ik mocht mijn eigen voornaam niet meer dragen. Ik werd door mijn
vader gereduceerd tot 2 borstjes. Ik moest Tietje zijn omdat hij die
ontluikende tietjes absoluut wilde betasten en kussen en likken.
Tja…
Mijn smeerlap van een vader heeft mijn jeugd (en al wat daarop volgde) echt wel
goed verkloot. Met alle gevolgen van dien. Zijn verweer blijft ook nu nog dat
hij ‘verliefd’ was op mij.
Leg mij maar eens uit hoe je verliefd kunt zijn op je eigen dochter nog wel, je
eigen kind dat je eerst – tot ze een meisje blijkt te zijn – zo veel mogelijk
iedere dag verrot hebt geslagen, en dat jaren lang.

Monsters zijn de wereld niet uit en mijn vader mag zich met trots melden in de
galerij van psychopaten die hun daden op alle mogelijke manieren
vergoelijken en hun eigen verantwoordelijkheid ontlopen. Vangheluwe had
zijn broer kunnen zijn.
Daarnaast vindt dat soort hufter wel altijd een onnozele kalle die hem
verdedigt. Zelfs Kim Van Gelder en Dutroux hebben achterlijke en geesteszieke
bewonderaarsters, nietwaar.



Alleen ouder worden

Oprispingen Posted on 28 Jul, 2011 06:54:46

Later wil ik (vanaf het binnen 13 jaar financieel mogelijk wordt) en
zo lang mijn gezondheid het toelaat, zoveel mogelijk reizen. Liefst
samen met Mulan, en als ze dat niet meer wil of kan omdat ze een eigen gezin heeft, ga ik wel alleen. Dat
heb ik voor mezelf uitgemaakt. Ik ben graag een zwerver, een bohémienne,
overal en nergens thuis.

Een mailvriend van me doet vaak meewarig over het feit dat ik riskeer alleen oud te worden, zonder partner. Die mailvriend suggereert vaak dat ik niet enkel ‘alleen’ zal zijn maar ook ‘eenzaam’ zal sterven. Hij verwart alleen zijn met eenzaamheid.

Hij kan er maar niet bij dat ik me niet kan voorstellen dat er een leuke man in mijn
leven zou komen met wie ik graag oud zou worden. De meeste mannen van
mijn leeftijd en ouder ( de 50-ers en 60-ers enzovoort) zijn allemaal vreselijke kreften, zielige zeuren, onuitstaanbaar verwende zagen,
totaal afhankelijk in de zin dat ze verwachten dat hun vrouw de
moederrol op zich neemt van die ouwe zieke puddingpubers die één keer
per maand naar de dokter moeten voor allerlei ouderdomskwaaltjes die ze
zichzelf hebben aangedaan door roken, drinken en naar de hoeren gaan.
Hun vrouw hebben ze meestal slecht behandeld/verwaarloosd tijdens hun
professioneel leven en in ruil komen ze, als ze hun eigen lichaam hebben
uitgewoond, terug naar het ‘vrouwtje’ in de hoop (en meestal doet die
stomme vrouw dat dan nog ook) medelijden te krijgen en verzorgd te
worden tot ze dood gaan.

Ik las onlangs dat de meeste echtscheidingen gebeuren na 60 jaar: tja,
ik kan dat goed begrijpen. Veel vrouwen (en wss ook wat mannen) vragen
zich af of ze verder in de hel willen leven die ze kennen, en wegen dat af tegenover een waardiger leven zonder de partner van wie ze al jaren
vervreemd zijn en die hen al jaren lang belachelijk maakte door hen te
bedriegen, met vaak een goede kennis of vriendin. Eens men er 60 is,
vraagt men zich af hoe men de volgende jaren zal invullen. Liefst
niet door te blijven leven met iemand die men eigenlijk haat.
Ik
ben dus heus niet de enige die vrij kiest om alleen oud te worden. Er
zijn er velen zoals ik die blij zijn dat ze de rest van hun korter
wordend leven op een aangenamere wijze kunnen invullen dan met een kloot
van een vent die alle dagen enkel zure opmerkingen maakt en kritiek geeft.

De sleutel daartoe is: waag de sprong in het duister. Vele mensen
blijven liever hangen aan het kwade dat ze kennen en ze vrezen het
onbekende. Ik niet: in het begin was ik bang – dat geef ik toe – , we
zijn immers allemaal gebrainwasht: we zullen en moeten met een partner
oud worden en sterven, dat is het 19e eeuwse romantische
huwelijksmodel. Terwijl dat een dikke leugen is. Voor sommige mensen gaat dat op. Maar dat zijn de uitzonderingen op de
regel.
In de meeste gevallen pesten koppels elkaar dood.

Geef mij maar
meesterschap in mijn eigen huis, zonder een kankerende vent die alle 5
seconden zijn natje en droogje verwacht en beslist hoe mijn dag er zal
uitzien. Laat mij gelukkig zijn: voor zover ik uit ervaring weet, is een
man enkel een hinderpaal.

I count my blessings.



Link naar youtube

De verfpotten Posted on 22 Apr, 2011 14:29:13

Hallo,

Voor iedereen die geïnteresseerd is in mijn schilderijen, hier de nieuwe link naar youtube: het is een compilatie van werkjes, door mijn dochter Mulan tot een fotofilmpje gemaakt.

Thanks to Mulan ♥ ♥ ♥

http://www.youtube.com/watch?v=pfNiKSDm85M



Groen, kernenergie en kernramp

Puntig Posted on 20 Apr, 2011 08:29:47

Groene
Vera Dua gaf een (giftige) verffabriek die niet ver van het Rabot (Gent) staat
opnieuw een milieuvergunning voor verdere uitbating – terwijl die fabriek
‘s nachts lozingen doet die niet door de beugel kunnen.

Of er echt onschuldige verven bestaan weet ik niet. Wat ik weet en geleerd heb, is
dat verf eigenlijk ‘lijm’ is en zo goed en zo kwaad mogelijk moet kleven op de
muur.

De mensen wijs maken dat verf op oliebasis slechter is voor de natuur dan
acrylverven, is echt een schande. Omdat acrylverf ook een petroleumderivaat is
waar scheikundig iets aan toegevoegd werd waardoor men er een beetje water mag doorheen
mengen vooraleer te beginnen schilderen.
Boerenbedrog dus: en catastrofaal want de mensen wassen onbezorgd hun verfborstels uit in de spoelbak en al
dat giftig water wordt tot nieuw drinkwater gerecycleerd zonder dat men de know-how bezit om die
acrylpartikels te detecteren en uit het drinkwater te halen.

Er bestaan ecologische verven. Maar ik denk niet dat mensen daar nu al voor
open staan omdat die verven (o.a. leemverven) zeer kwetsbaar zijn, niet lang
mee gaan en men altijd met de verfborstel moet klaar staan om vlekken gauwkes
te overschilderen.

Zelf gebruik ik een verftechniek op basis van water en pigmentkorrels – die
allemaal ecologisch zijn. Maar, ja, er is weer een maar: ik ben verplicht mijn
muren nadien te fixeren met acrylvernis, want anders zouden die muren niet lang
mee gaan…
Ecologisch voor muren is ook tadelakt, maar ja, daar moet een mens voor zijn,
hé. Dat is zodanig duurzaam (bij ons Westerlingen binnen in huis toch) dat men
nooit meer moet behangen of verven.
Het is eigenlijk een plebejische vorm van stuc.

De westerse mens is niet meer voor duurzaamheid, de westerse mens wil alle vijf
seconden een ander kleurtje, een ander behang, een ander meubel etc.
Het zijn eigenlijk die grilletjes die men zou moeten aanpakken, dat ziekelijk
shopgedrag, dat constant willen veranderen van pak en jurk en jas zonder dat
daar een echte behoefte voor bestaat: die zou men moeten wijzigen. Al dat
stoef- en pronkgedrag, ontstaan uit verveling, een teveel aan geld, een drang
zichzelf beter te voelen door materiële welstand te showen om andere mensen de
ogen uit te steken…. Dat gedrag zou moeten wijzigen, maar daar vrees ik voor.
Zelfs de jonge mensen (pubers) van tegenwoordig doen daar aan mee: ze hebben
het gezien van hun ouders, hé.

Wat Greenpeace contra kernenergie betreft: dat Greenpeace maar terug keert naar
hun initiële bizniz: de walviskes in Japan en de smerige manier waarop dolfijnen worden kapot
gemaakt.
Van mij mogen ze van hun oren maken over kernenergie op voorwaarde dat ze met
een oplossing komen én zelf die oplossing gebruiken.
Het is veel te gemakkelijk te zeggen dat kernenergie weg moet: ik vind dat ook.
Maar dat Greenpeace eens een alternatief geeft…
Weg met dit en weg met dat is gemakkelijk: afbreken kan ik ook, rap, toute
suite en veel. Maar opbouwen? Dat is een andere quelque chose, hé.
Daarom ook dat ik nooit iets zal breken – tenzij per ongeluk. Ik heb veel te
veel eerbied voor wat is en bestaat.
Dus: de dag dat men zegt: kernenergie mag weg want er is een goed alternatief
dat binnenkort 12 miljard mensen een degelijk leven zal geven: akkoord.
Onmiddellijk akkoord. Maar dat is nu niet zo.

Japan en Tepco zullen de mensen gedurende korte tijd beroeren, zoals Tsjernobil
deed. En nadien is het altijd weer van hetzelfde: ze dronken een glas, pisten
een plas en alles bleef zoals het was. Heeft Tepco geleerd uit de ramp van
Tsjernobil? Neen, driewerf neen. Awel, zie nu wat er gebeurt…
Mijn vraag: roepen dat kernenergie weg moet, is gemakkelijk. Maar waar waren al
die groene jongens toen er géén kernramp was? Waarom hebben ze toen die
rapportencorruptie (Tepco legde o.a. een rapport naast zich neer ivm simulatie
aardbeving en tsunami) niet bloot gelegd? Waarom hebben ze 10 à 15 jaar geleden
niet gedemonstreerd en geëist dat er meer openheid kwam ivm de protocollen?
Waarom eisten ze toen niet dat het atoomagentschap jaarlijks ALLE atoomcentrales
streng zou controleren en de protocollen zou bekijken – protocollen die
grensoverschrijdend jaarlijks zouden moeten worden voorgelegd aan dat
Atoomagentschap? Want kernenergie is grensoverschrijdend, belangt iedereen aan.
Iran en Irak mochten die gasten van het Atoomagentschap wel gaan pesten, maar
Japan? Ah nee hé.
Onze politiekers meten met 2 maten en 2 gewichten terwijl een
wereldoverkoepelend organisme jaarlijks alle kerncentrales streng zou moeten
controleren.
Op die gedachte zijn al die groene jongens nooit gekomen en ze hebben
nooit geld gestoken in dat soort project. Alleen als er een kernramp gebeurt,
beginnen ze populistisch te brullen dat men kernenergie moet afschaffen. Ik
baal van dat soort manipulatie. Dat die groenen maar eens beginnen te werken
aan positieve initiatieven.
Voor afbraak kan je iedereen bellen, voor opbouw zijn er weinigen geroepen…

Durf je zulke dingen zeggen en schrijven, dan zijn de Groenen kwaad, hé. Groene jongens
hebben altijd lange tenen.
In het woordenboek van de Skepticus staat duidelijk: adepten, ‘gelovigen’, vooringenomen
mensen die denken dat ze de waarheid in pacht hebben, daar valt niet mee te
praten. Die willen enkel anderen bekeren tot hun geloof; die weigeren naar
redelijke argumenten te luisteren.

En ja: de groenen
hebben de kans laten liggen te eisen en te bekomen dat kerncentrales
gecontroleerd worden. En als ze tegen kernenergie zijn, moeten ze die maar niet
gebruiken, vind ik.
Ik ben ook niet voor kernenergie.
Maar wat is het alternatief? Hebben die groentjes een acceptabel alternatief?
Ja? Ik heb er nog geen enkel gehoord of behoorlijk gerealiseerd gezien.

Neem nu de zonnepanelen van ‘gratismeneer‘ Steve Stevaert en leeghoofd Freya Van den Bossche: ook zo’n vreselijke leugen: in onze contreien duurt het
10 jaar voor men er de investering kan uithalen, en tegen dan zijn die panelen
versleten.
Bovendien worden zonnepanelen gemaakt met milieuonvriendelijk en zelfs
schadelijk materiaal en kan men ze slechts zeer moeizaam of niet recycleren.
Waar zit het ‘groen’ dan in dat soort (waardeloze/ te verwaarlozen) energie? In
het feit dat de gemiddelde belastingbetaler (die de financiële meerkost om er
zelf te plaatsen niet kan dragen wegens niet kapitaalkrachtig genoeg) wél de
zonnepanelen van zijn buur en van stikrijke multinationals meebetaalt? Dat is nu eens solidariteit, zie: de
arme burger betaalt de investering van de kapitaalkrachtige medeburger en de bedrijven en moet
daarnaast nog eens meebetalen in de energiecertificaten van die zonnepanelende
rijke burger en van de helemaal niet solidaire, van belasting vrijgestelde multinationals. Is dat niet lief?

En ja, de Groenen
protesteerden niet genoeg tegen kernenergie en hebben enkel halfslachtig andere
energieën voorgesteld waarvan ze bij voorbaat weten dat die het gebrek aan
kernenergie niet kunnen compenseren.
Toen de Groenen zoveel jaar geleden zo blij waren dat ze tijdens de paarse
regering de sluiting van de kerncentrales hadden bekomen, vroeg iedereen hen
wat er in de plaats zou komen. Maar dat wisten ze verdorie niet: dat zouden ze
wel zien als de kerncentrales dicht waren.
Gaan zij voor de kaarsen zorgen ‘s avonds? En wat de verwarming betreft: waar
zijn de bomen die we moeten omhakken? Of moeten we ze invoeren vanuit de
regenwouden?

En ja, ik vind dat
de groenen goed zijn in het afbreken van wat bestaat (en inderdaad slecht is
voor de natuur) maar dat is dan ook het enige wat ze hebben gedaan. Waar zijn
hun nuttige positieve initiatieven?
De initiatieven van Vogels mbt het ‘vogelen’? Hun verpestende ziekte die men
regelneverij noemt?

Groenen stinken vnl. van eigenwaan: ze denken de wijsheid in pacht te hebben,
hun groenheid is als een religie, ze reageren als een sekte en alles wat ruikt
naar kritiek, maakt hen woest.
Zelf vinden ze zich heilig omdat ze zogenaamd biologisch en kleinschalig bezig
zijn.

Maar schijnheilig
zijn ze ook, hoor. Ik ken genoeg biologische geitenwollensokkers die hun neus
ophalen voor iedereen die zich niet naar hun normen gedraagt. Biologisch voer
krijg je daar te eten en ze kopen vnl. in bioshops, hun kinderen moeten de bus
nemen en zelf nemen ze 2 keer per maand het vliegtuig naar Genève – om maar
iets te noemen.

Groenen: dat ze
een cel oprichten en ingenieurs aantrekken die nagels met koppen slaan
en met ECHTE alternatieven komen zodat we bye-bye kunnen zeggen aan kernenergie
en aardolie.
Nu is het ‘Groen’ bedrijf gewoon een geldmachine die enkel wakker schiet als er
een ramp gebeurt en dan vanuit electoraal oogpunt moord en brand begint te
schreeuwen.

Want als ze iets
hadden kunnen doen, is het wel ervoor zorgen dat kernenergie veiliger is, door
al jaren te vechten voor de doorzichtigheid van de processen en protocollen van
alle kerncentrales in de wereld. Waarom deden ze zoiets niet? En stel dat ze
dit wél hadden gedaan: wel, dan pas hadden ze recht van spreken gehad.
Maar nu komen ze lijkenpikken op de ramp van Fukushima. Dat is gemakkelijk.
Tenslotte is het enige wat die Groenen interesseert, is meer stemmen halen,
zodat ze weer meer kunnen eten uit de ruif van staatssteun voor hun partij. Ze
hebben garen gesponnen bij de dioxinecrisis en ze hopen deze stunt opnieuw over
te doen. Wel, ik hoop dat alle Belgen zich de stommiteiten en onuitstaanbare
regeringswijze van die groenen nog herinneren en NIET voor de groenen stemt.
Ik ben zelf nochtans heel groen gezind: ik heb mijn ecologische voetafdruk
berekend en dat zit beter dan de gemiddelde Belg. Ik plant bomen en struiken en
gebruik geen herbiciden, etc etc etc…

Maar kom, ik ben
een geboren skepticus, ik stel overal vragen bij, probeer altijd de twee kanten
(of meer) te begrijpen en trek daar mijn conclusies uit. Ik ben nu eenmaal geen
groepsmens en heb geleerd zelfstandig te denken, mij niet en nooit te laten
leiden door hen die menen de waarheid in pacht te hebben.



Vakantie-industrie

Puntig Posted on 19 Apr, 2011 08:39:09

Ik beschouw dat eerlijk gezegd vnl. als het snobisme, de uitwas, van onze
consumptiemaatschappij.
Ik vraag me bijvoorbeeld af of mensen écht genieten van hun
skivakanties. Ik heb, toen ik zelf in een skistation in Frankrijk een restaurant uitbaatte, meermaals toeristen gezien die hun kinderen wel naar de
skischool stuurden maar zelf op hun terras bleven zitten zonnen (wegens skipas
voor volwassenen te duur – meestal offerde de vrouw zich op), met een skibril op de
neus, zodat ze thuis konden ‘stoefen’ met hun witbruine gezichtsmarkering.

Wat de zonvakanties betreft, denk ik dat de doorsneetoeristen enkel zon, zee en strand willen en in
gezelschap graag klinkende namen opsommen omdat ze zichzelf wijs maken dat dit hen hoger op de
maatschappelijke ladder brengt en vaak hopen ze natuurlijk ook dat ze hun minder kapitaalkrachtige naaste de ogen kunnen uitsteken met hun weelde. Dus willen ze langeafstandsvluchten en dure
skivakanties, om te tonen hoeveel geld ze wel hebben. Het is als showen met je
Hummer, hé.
Onze Westerse mensen hebben dikwijl een hoofd zo leeg als een uitgeblazen of
uitgezogen ei dat men beschildert om aan de zgn. Paasboom te hangen. Voor de
kunst, cultuur, taal en eetgewoonten van het bezochte land hebben ze geen
enkele interesse. Ze doen gauwkes een rondleiding om toch te kunnen doen alsof
hen dat wél interesseert en nadien komen ze terug in hun enge wereld om te
pochen met lelijke foto’s.

Als ik op reis ga, blijf ik nooit langer dan een dag op dezelfde plaats: ik ben
geen zonnebadend mens, ik wil kerken en kathedralen en musea en indrukwekkende
landschappen (die zelf eigenlijk natuurkathedralen zijn) zien, ik ben de
pelgrim, op weg naar de ziel van een streek en een volk en ik voel me daar goed
bij. Ik kan niet stil blijven zitten.
De dag dat Mulan18 jaar is en Frankrijk voor haar geen verboden terrein meer is, doen we zeker en vast een rondreis door
Frankrijk. En we zullen geen dag op dezelfde plaats blijven maar zoveel
mogelijk gulzig zwelgen, alles zien, alles ook vastleggen, hier en daar een
steen meenemen, soms een souvenirtje kopen, dat we nadien koesteren alsof het
een zeldzame diamant is.



Vlamingen en Walen

Puntig Posted on 19 Apr, 2011 08:27:16

Naar
wat ik over Wallonië heb gelezen, zijn de wegen daar veel beter onderhouden dan
in corrupt Vlaanderen waar iedere aannemer van wegenwerken wel een of andere
ambtenaar wat geld moet toestoppen om slechte asfalt te mogen gieten.

En
Wallonië ontsluit hoe langer hoe meer industrieterreinen.
Ik zou dat landsdeel niet zomaar opgeven.
Het wordt eens tijd voor ‘pay back’, vind ik. Dat krijg je niet als je dat
landsdeel afstoot én als prijs daarvoor een deel van de schuld van dat
landsdeel overneemt.
Ik denk dat Walen en Vlamingen tot elkaar gedoemd zijn: dan er maar beter iets
positief van maken. Zij hebben de mooie natuur en veel verlaten
industrieterreinen: waarom daar geen lofts van maken voor hippe Vlamingen die
niet bang zijn van daar naar hun werkplek te pendelen? Ik zeg zomaar iets, hoor.

Wat
de wegen betreft valt mij ook op dat op Vlaamse wegen het zwerfvuil en de dode
beesten héél lang blijven rotten en dikwijls doodgewoon na weken uiteindelijk fijn
geplet zijn door de autowielen. En overlopende katten die overreden worden of op
de pechstrook worden gekatapulteerd? Die liggen een week later nog altijd, opzwellend door het inwendig gistingsproces,
aan de kant.
Ik heb in vele landen op wegen en autostrades gereden, maar nooit heb ik daar gezien
dat kadavers langs de weg lagen te rotten en eksters aan het opruimwerk begonnen,
bah!

Ook mijn vroegere Parijse vrienden (uit mijn vorig leven, toen ik zowel in
België en Frankrijk woonde en werkte) verbaasden zich, telkens ze naar België
op bezoek kwamen, over onze vuile snelwegen. Nochtans had mijn pretentieuze
moeder mij van jongs af ingeprent dat Fransen vuil waren. Niet dus…Belgen, of
liever Vlamingen zijn vuiler.

Tja,
al wat de Vlamingen zelf doen, doen ze beter, nietwaar? Dat is toch wat
Vlaams-nationalistische partijen beweren.

Akkoord, het befaamde Waalse Marshallplan werkt niet zo goed: maar waarom
zouden Vlamingen, die de lintbebouwing beu zijn, die ruimte willen hebben, niet
massaal naar Wallonië emigreren, zich daar gaan vestigen en nadien geen
taalfaciliteiten mogen aanvragen? De franskiljons komen bij ons wonen en er
zijn heel veel Vlamingen die in Wallonië hun woonplaats hebben. Het is toch een
makkie elkaar taalfaciliteiten aan te bieden? Iedereen content!

De Vlaamse Ardennen zijn
onbetaalbaar geworden voor de modale Vlaming, dus steekt die massaal de ‘grens’
over naar Wallonië. Als men nog wat wacht, is Vloesberg (Flobecq) opnieuw
Vlaamstalig, want het krioelt er van de Vlamingen, zoals Meise krioelt van de
Franstalige bourgeoisie.
Durbuy is Vlaamser en Nederlandser dan ooit: hop! Taalfaciliteiten geven! Het
is immers een Nederlandstalige enclave in België. Waarom denkt men niet aan
zulke dingen?
Overal faciliteiten, tenslotte wonen we in een democratisch land en zouden
Vlamingen overal het recht moeten hebben hun eigen taal te gebruiken, zoals de
Franstaligen dat eisen voor hun taal.
Leve de 3-taligheid, zou ik zo zeggen, tegen het geblaat van advocaat Van Aelst
(schaf Frans als tweede taal in de scholen af) in natuurlijk. Maar wat blijkt:
ik ken geen jonge Vlamingen die hun tweede taal of hun derde taal goed spreken,
terwijl ik toch wél jonge Walen ken die mijn taal zuiverder en mooier praten
dan ikzelf. Ik bedoel hiermee niet de politici.
Wij Vlamingen kennen enkel nog popmuziek-Engels en voor de rest wentelen we ons
in dialect en zelfbeklag.



Next »