Kortverhaal: Het grote G-Geheim

Hij heette
Louis en zij Andrea. Zij was zestien, hij vijftien.

Ze zaten
stilletjes naast elkaar op de bank in het park en wisten niet echt goed wat
tegen elkaar te zeggen.

Dus keken
ze gedachtenloos naar de sterrenhemel en luisterden verstrooid naar de
tsjirpende krekels en de vleugelslag van de jagende nachtvogels.

Soms
bewogen ze eventjes en schoven dan discreet dichter naar elkaar toe.

De felgele
maan stond hoog en vol te glanzen. De omgeving scheen onwerkelijk als een
schilderij van Salvador Dali, de gebouwen als uit de mouw van architect
Hundertwasser geschud.

Louis nam
bedeesd Andrea’s hand en fluisterde: ‘Wat als ze ons betrappen?’

Ze trok
haar hand weg. ‘Maar Louis! Waarom zouden ze ons betrappen? We hebben het
allemaal goed uitgekiend, of niet soms?’

Louis
durfde haar bijna niet aan te kijken. Andrea sprong op en liep naar een
zilverberk toe. Ze begon banden schors van de boom te trekken en gooide ze op
de grond.

‘Kun je
geloven dat berkenschors vroeger gebruikt werd om op te schrijven?’ vroeg ze.

Hij schudde
het hoofd.

‘Ik ook
niet’ zei ze onverschillig. ‘Ik zou echt niet weten welke balpen daarop zou
houden…’

‘Misschien
mijn vulpen?’ vroeg hij hoopvol. ‘Ik heb ook een heel goede stift. Wil ik eens
proberen?’

Andrea
draaide zich naar hem toe.

‘Ben je nu
helemaal onnozel?’ vroeg ze. ‘In die tijd bestonden die moderne schrijfmiddelen
niet. Ik zei dat maar om te lachen.’

Ze grinnikte. ‘Ik ben blond, dus ik zou
het domme blondje moeten zijn. Jij hebt donker haar en een snorretje. Maken we dan
van nu af aan grapjes over donkerharige snorrenventjes?’

Louis stak
zijn stift weg en antwoordde niet.

Uit zijn
rugzak haalde hij een blikje limonade.

‘Jij ook eentje?’ bood hij Andrea aan.

Ze kwam
naast hem zitten en haalde uit haar eigen indrukwekkend uitpuilende handtas in
patchwork een blikje Gin Piddybull en schudde het hoofd: ‘Neen hoor. Ik bracht mijn eigen
drankje mee: Piddybull geeft je niet alleen vleugels maar ook inspiratie en dat
heb ik deze avond nodig!’

Stilletjes
dronken ze de zoete avond weg.

Louis zat
nog steeds met twijfels: ‘Wat als ze het te weten komen?’

‘Wat te
weten komen?’

‘Wel, wat
wij tweetjes deze nacht willen doen…’

Andrea
legde haar sierlijke benen over zijn knieën en zei met overredende stem: ‘Wie kan iets
te weten komen over ons? Ga jij het aan je familie vertellen?’

Hij schudde
het hoofd en weerhield er zich van haar huid te strelen.

‘Weten je
vrienden er iets van?’ vervolgde ze.

Weer dacht
hij van niet.

‘Bovendien
weet niemand dat we ‘het’ samen willen doen…’

‘Dat is
waar’ gaf hij toe. ‘Maar is het niet gevaarlijk?’

Andrea
haalde haar benen weg.

Ze sprong
recht, trok haar korte rokje over haar mooie slanke benen naar beneden en begon
te ijsberen. Ze stopte daar plots mee, wandelde tot achter de zitbank en
plantte er haar handen op.

‘Het is ons
geheim!’ zei ze kordaat. ‘Als jij het aan niemand vertelt en ik ook niet,
komt niemand het te weten.’

Hij knikte
overtuigd.

Een
vleermuis fladderde over het terrein. Een kat sloop door de struiken. Een muis
piepte hartverscheurend. Toen was er even een doodse stilte tot het gras
herademde en de krekels opnieuw tsjirpten.

Ze kwam
naast hem zitten. Haar parfum bedwelmde hem. Hij herinnerde zich hoe alles ooit
was begonnen en een vage glimlach verhelderde zijn gezicht.

‘Zullen we
het deze nacht nog doen?’ vroeg hij.

‘Waarom
niet?’ antwoordde ze uitdagend. ‘Durf je niet?’

‘Ik weet
niet…’ gaf hij toe.

‘Hoezo? Wat
houd je tegen?’

Hij ging
verzitten, wilde plots niet meer in de ban zijn van haar ranke lichaam en haar
overweldigende uitstraling. Zijn hart kneep samen. Wat ze zouden doen, mocht
dat wel? Als ze betrapt werden, zouden ze hangen. Ja, hij was bang.

‘We moeten
het déze nacht doen!’ hield ze vol. ‘Ik vertrek dit weekend voor een maand op
vakantie naar de Bahamas. Als we het nu niet doen, duurt het eindeloze dagen
voor we opnieuw samen zijn.’

Louis kon niet
op tegen deze pure logica. Maar het nam zijn angst niet weg.

Andrea zag
de uitdrukking op zijn gezicht en vervolgde: ‘Je bent toch geen mietje, hé!’

Louis
schudde het hoofd en antwoordde verontwaardigd: ‘Waarom denk jij dat? Ik zal
het straks bewijzen dat ik geen mietje ben!’

Andrea
ontspande zich, legde haar arm om zijn schouders en gaf hem een zoen op zijn
oor. De warmte van haar adem bezorgde hem een aangename huivering.

Hij rechtte
zijn rug en luisterde met een schuin hoofd naar alle geluiden om zich heen. In
de verte floot een trein die ratelend de zwarte nacht in stoof.

‘Misschien
zouden we het beter ergens doen waar er nogal wat lawaai wordt gemaakt’ meende hij. ‘Dan lopen we minder risico dat iemand ons bezig hoort.’

Ze knikte.
‘Ja, dat is waar. We zullen het zo stilletjes mogelijk doen, maar echt stil zal
het niet zijn, hé!’

Ze
grinnikte. ‘Maar de wereld zal er, voor ons toch, mooier uitzien nadat we het
gedaan hebben, vind je ook niet?’

Hij stond
op en keek haar veelbetekenend aan. ‘Zullen we dan maar gaan? We moeten eerst
nog een geschikte plek vinden.’

Ze nam haar
handtas op, hij pakte zijn rugzak, ze gaven elkaar een hand en wandelden weg.

‘Eigenlijk
weet ik al een plekje’ fluisterde Andrea.

‘Ik denk
dat ik weet waar je heen wilt’ glimlachte Louis.

‘De oude
treinwagons die staan te roesten op de rails?’ vroeg ze.

‘Yes! Daar
dacht ik ook aan. Ben je niet bang voor het vuil en de roest en zo?’

‘Maar
neen!’ antwoordde ze vrolijk. ‘We moeten het toch één keer uitproberen? Voor
mij blijft het gelijk waar we het doen, hoor! Ik verlang er al zo lang naar.
Mijn hart klopt in mijn keel. Eindelijk eens iets avontuurlijks…’

Louis kneep
in haar hand. ‘Ik heb net hetzelfde gevoel als jij. Het is opwindend dit met
jou te kunnen beleven…’

Ze stapten
vastberaden voort, langs grindpaden, door hoge grasbermen vol met brandnetels
die hij voor haar weg trapte en door laag struikgewas waarin gemene doornige
pinnen haar mooie benen toch prikten.

Ze klommen
over prikkeldraad en omheiningen. Ze hadden veel over voor wat ze wilden doen.

Eindelijk
kwamen ze aan op het terrein waar de verlaten treinwagon stond die ze hadden
gekozen uit de vele verloederde treinstellen en verwaarloosde goederenwagons.
Ze stapten er keurend omheen. Hun schaduwen waren scherp afgetekend tegen de
spoorwegrails. Paul Delvaux had dit zeker al geschilderd, maar zonder de mooie
Andrea als model.

‘Moeten we
niet eerst de ondergrond wat schoon maken?’ vroeg ze terwijl ze duwde op de
gezwollen roestplekken van de trein.

‘Wat wij
van plan zijn, gaat geen eeuwigheid mee’ filosofeerde hij. ‘Bovendien gaan
we enkel wat dingen uitproberen. Met de ervaring die we nu opdoen kunnen we de
volgende keer een betere plek uitkiezen…’

Ze knikte
plechtig: ‘Zullen we er dan maar aan beginnen?’

Hij likte
zijn lippen en plaatste zijn rugzak op de grond. Zij zette voorzichtig haar
handtas neer.

Hun gebaren
leken rituele handelingen in de wijde donkere omgeving. Ze bukte zich en haalde
traag een paar spuitbussen in verschillende kleuren tevoorschijn ; hij volgde
haar voorbeeld. Ze knipoogden naar elkaar en begonnen eraan: ze spoten de
treinwagen vol grillige figuren!

Yes! Hun eerste geheime Graffiti-avontuur was
geboren!